Notchline
NL

Notchline

Kepers en dakhelling berekenen

Vul twee van de vier in: overspanning of horizontaal, hoogte, dakhelling en keperlengte. De pagina rekent de rest uit, ook de lengte van het overstek, en toetst de vogelbek aan een kwart van de keperhoogte. Zoek je de lengte van een spoor of spant, dan is dat hier de keper.

Vul twee van deze in: horizontaal of overspanning, hoogte, dakhelling, keperlengte. De rest rekent Notchline uit.

Eenheden
Wat je invult
mm
Overspanning: buitenkant muur tot buitenkant muur. Horizontaal: de helft daarvan.
Dakhelling in
mm
mm
Langs de bovenkant
Overstek, vogelbek, hoogtes
mm
Horizontaal gemeten, van de buitenkant van de muur tot het eind van de keper
mm
mm
Horizontale snede op de muurplaat, meestal de breedte ervan
De keper ligt op

Uitkomst

Deze rekenhulp draait in je browser en heeft JavaScript nodig. Er wordt niets verstuurd.

Uitgerekend in je browser. Wat je intypt, blijft op deze pagina.

Zo wordt het uitgerekend

De gewone keper is de schuine zijde van een rechthoekige driehoek: horizontaal langs de onderkant, de hoogte langs de zijkant. De keperlengte is de horizontale lengte gedeeld door de cosinus van de dakhelling. Bij een dak van 45° is die factor 1,4142, dus 4000 mm horizontaal geeft een keper van 5657 mm. Bij 30° is de factor 1,1547 en wordt dat 4619 mm.

Twee van de vier waarden leggen de driehoek vast. Vul je er drie in die niet bij elkaar passen, dan zegt de pagina hoeveel ze verschillen en verandert er niets.

De lengte is gemeten langs de bovenkant van de keper, van de buitenkant van de muurplaat tot hart nok. Trek de halve dikte van de nokbalk eraf, horizontaal gemeten, voordat je zaagt.

De vogelbek

Het oplegvlak is de horizontale snede die op de muurplaat ligt; de loodsnede is het staande vlak erboven. De diepte van de inkeping, haaks op de keper gemeten, is het oplegvlak maal de sinus van de dakhelling. De pagina gebruikt daarvoor de grens uit de Amerikaanse IRC (R802.7.1, met verwijzing naar R502.8.1): de inkeping aan het eind van een gezaagde keper blijft binnen een kwart van de keperhoogte. Daarnaast vraagt R802.6 een oplegging van 1 ½ inch (38 mm) op hout of 3 inch (76 mm) op metselwerk. De pagina toetst beide.

Veel timmerlieden houden een derde van de keperhoogte aan. Die vuistregel staat er ook, en zo heet hij ook: een vuistregel, geen wettelijke eis. Of de keper zelf sterk genoeg is, met zijn doorsnede en overspanning, rekent je constructeur uit.

Dakhelling in graden, procent en per 12

Een dak van 30° stijgt 57,7 %, een dak van 45° 100 %. Een helling van 18,4° is 33,3 % of 4 per 12, de Amerikaanse notatie. De pagina rekent om zodra je wisselt.

Geen hoekmeter bij de hand? Leg een waterpas van 1 m horizontaal tegen de keper en meet hoeveel hij over die meter stijgt: 577 mm is 30°.

Bronnen

  1. ICC, International Residential Code 2021, R802 Wood roof framing
  2. NIST SP 811, Appendix B.9: inch, foot

Uitkomsten zijn een hulpmiddel bij het ontwerpen. Vraag bij je gemeente na welke regels gelden voordat je gaat bouwen.

Cijfers nagekeken aan de bronnen op 2 november 2026.

Deze pagina in: EnglishDeutschFrançaisItalianoEspañolPortuguêsPolskiTürkçe